Vroeger was een kalender nog overzichtelijk. Je had Kerst, Pasen, Pinksteren, een verjaardag hier, een tandartsafspraak daar, en dat was het wel zo’n beetje.
Maar als je nu je agenda opent, krijg je meteen het gevoel tekort te schieten. Er wordt van alles van je verwacht. Bewustwording. Herdenking. Verbinding. Preventie. Positiviteit. Zelfzorg. En als je daar even geen energie voor hebt, is er altijd nog een dag voor croissants, cocktails, knuffels, bad-eenden, frikandellen of, zoals vandaag: aardappelchips.
Als ik dan toch een dag moet kiezen voor een column over themadagen, dan is Aardappelchipsdag eigenlijk perfect. Niet omdat chips per se onderbelicht is in onze samenleving, volgens mij redt chips zich prima, maar juist omdat het zo’n mooi voorbeeld is van wat er met onze kalender is gebeurd.
Elke dag heeft een thema. Of drie. Of zeven.
Bijna geen dag is nog gewoon dinsdag. Nee, het is de Internationale Dag van de Slaap, gecombineerd met de Dag van de Planner, de Dag van de Tandarts, de Dag van de Privacy en ergens tussendoor waarschijnlijk ook nog de Dag van de Ambachtelijke Crouton. Je weet eigenlijk al hoe laat het is. Als iets bestaat, heeft het een dag. En als het nog geen dag heeft, is iemand vermoedelijk al bezig met een petitie.
Begrijp me niet verkeerd. Er zijn genoeg dagen die belangrijk zijn. Dagen waarop we stilstaan bij ziekte, ongelijkheid, vrijheid, verlies, gezondheid of geweld. Die dagen doen ertoe. Ze vestigen aandacht op onderwerpen die anders te makkelijk wegzakken tussen belastingaangiftes, wasmanden en mensen die je appen met ‘Heb je dit al gezien?’
Maar ergens is het uit de hand gelopen.
Want naast de serieuze dagen hebben we inmiddels ook een indrukwekkende stoet dagen die klinken alsof iemand ze in een brainstormsessie heeft bedacht: Internationale Dag van de Rare Loopjes, Bubbelbaddag, Krokettendag en, waarom ook niet, Chardonnay-dag.
Je zou bijna denken dat er ergens een ministerie bestaat, met een team dat roept: ‘Mensen, we hebben op 23 maart nog niks. Kan daar nog iets met Melba-toast?’
Het fascinerende is niet eens dat ze bestaan, maar dat ze allemaal moeiteloos naast elkaar staan. Op één en dezelfde kalender, zonder enige schaamte. Neem 4 februari: Wereldkankerdag. Een dag om stil te staan bij een ziekte die vrijwel iedereen raakt. Belangrijk. Noodzakelijk zelfs. Maar weet je wat het óók is? Dag van de frikandel. Of neem Internationale Vrouwendag op 8 maart: een dag van emancipatie, gelijkheid en kracht. En de dag erna? Barbiedag. De plastic pop met onmogelijke verhoudingen en een droomhuis zonder hypotheek.
De kalender als morele hindernisbaan
En wat dacht je van 25 oktober? Op die dag vieren we: Pastadag, Dag van de Vlaai, Operadag, Donald Duckdag, Dag van de Kunstenaar én de Dag van de Stilte. Zes stuks. Op één dag. Ik weet niet hoe je dat moet combineren. Opera luisteren met een bord penne en een punt vlaai, terwijl je zwijgend een strip leest?
Wat vooral opvalt, is dat al die dagen iets van je lijken te willen.
Je moet bewust zijn. Je moet vriendelijk zijn. Je moet offline gaan. Je moet poetsen, herdenken, knuffelen, recyclen, voorlezen, reflecteren, complimenten geven, water drinken, je wachtwoord veranderen en waarschijnlijk ook nog iets met chiazaad doen. Het is een wonder dat we tussendoor nog gewoon werken, boodschappen doen en proberen te onthouden waarom we naar boven liepen.
De kalender wil iets van je
De vraag is: waarom doen we dit? Waarom hebben we 365 dagen nodig om álles een plekje te geven?
Misschien omdat aandacht schaars is geworden. In een wereld vol prikkels, schermtijd en mensen die al scrollend hun koffie vergeten, komt een onderwerp zonder officiële dag blijkbaar niet meer door de ruis. Geen hashtag, geen bestaan.
Of misschien omdat structureel iets verbeteren ingewikkeld is. Een dag uitroepen is overzichtelijker. Het kost minder, klinkt daadkrachtig en past uitstekend in een persbericht. Alsof een onderwerp pas echt meetelt zodra er een campagnebeeld, een toolkit en een bijpassende hashtag bij zitten.
Dus plakken we er een datum op, maken we een logo, en hopen we dat mensen even stilstaan. Of in ieder geval even liken.
Maar als elke dag bijzonder is, is geen enkele dag het meer. Dan wordt de Dag van de Aap even belangrijk als de Dag van de Mensenrechten. Staat Snertdag op gelijke voet met de Dag voor de Uitroeiing van Armoede en krijgt mentale gezondheid concurrentie van de handtas.
Een naamloze donderdag, graag
Het is niet zo dat nu meteen alle themadagen de prullenbak in moeten. Daarvoor ben ik te gehecht geraakt aan het idee dat er ergens iemand is die ieder jaar oprecht uitkijkt naar de Dag van de Tosti. Maar misschien mogen we wel iets kritischer worden op onze neiging om voor elk onderwerp een symbolische parkeerplaats op de kalender te reserveren.
Wat dacht je van een volstrekt betekenisloze dag? Geen thema. Geen lintje. Geen kleurcode. Geen oproep. Geen hashtag. Gewoon een naamloze donderdag waarop je koffiedrinkt, een mail negeert, een sok kwijtraakt en ’s avonds denkt: goh, ik heb vandaag nergens bewust van hoeven worden.
Maar tot die tijd scrollen we dapper verder, feliciteren we elkaar met onderwerpen waarvan we een uur eerder het bestaan nog niet kenden, en proberen we te onthouden of iets nu een herdenkingsdag, bewustwordingsdag, actiedag of gewoon een excuus voor een drankje is.
Want als 14 maart officieel in het teken staat van zout, vet en knapperig nihilisme, wie ben ik dan om dwars te liggen. Sommige dagen vragen om reflectie. Andere om verontwaardiging. En soms vraagt een dag gewoon om een zak chips.



Prachtig maar ook verwonderend.
Is aandacht schaars geworden of wordt aandacht inhoudsloos?
Onwillekeurig komt de tekst van Stef Bos weer bij me boven: Niets is sterker dan het woord dat niemand hoort! 🥰