Geen glitter, wél goed spul
Waarom Nederlandse tech juist opvalt tussen de bling van Las Vegas.
Vorige week was CES 2026 in Las Vegas. De plek waar je normaal denkt aan Elvis-imitators, airco’s op standje Antarctica en tapijten met patronen die je ogen blijvend belasten. Maar één keer per jaar verandert die stad in een speeddate met de toekomst. Meer dan 148.000 bezoekers, 4.100 exposanten, en genoeg knipperende ledlampjes om een middelgrote gemeente van stroom te voorzien.
Daar, tussen de Amerikanen die robots presenteren die je hond kunnen uitlaten en de Chinezen met zelfrijdende smoothiemakers, stonden zo’n veertig Nederlandse startups. Met hun nuchtere pragmatisme en een missie: “We komen niet met gadgets, we komen met oplossingen.”
Typisch Nederlands. Terwijl anderen een show opvoeren met vliegende auto’s en AI-brillen die je emoties voorspellen, staan wij daar met onze slimme energiesystemen, veiligheidstechnologie en zorginnovatie. Alsof je op een feestje verschijnt met een goed doordachte beleggingsportefeuille terwijl de rest champagne staat te spuiten.
Een speeddate met de toekomst
CES is al lang geen gadgetbeurs meer. Natuurlijk zijn er nog steeds schermen die je kunt oprollen, auto’s die tegen je praten en koelkasten die meer weten van je eetpatroon dan jijzelf. Maar de echte CES gebeurt ertussenin. Tussen de stands. In gesprekken. In pitches.
In die magische zeven minuten waarin iemand probeert uit te leggen waarom zijn innovatie wél de toekomst is. Zeven minuten die zomaar kunnen uitmonden in een partnership, een investering of een eerste stap richting iets groots. Zeven minuten is ongeveer de tijd die ik nodig heb om te besluiten dat ik geen idee heb wat ik ga eten, en dan toch maar pasta maak.
En toch gebeurt het daar. Niet omdat we het hardst roepen of de meeste glitters op ons pak hebben, maar omdat we iets laten zien dat werkt. Praktisch. To the point. Geen zelfrijdende pizza-oven, maar slimme energiesystemen. Geen hologrammen die je complimentjes geven, maar technologie die daadwerkelijk levens kan verbeteren.
We mompelen ons naar de top
We zijn een land dat zich een beetje ongemakkelijk voelt bij grootspraak. Wij roepen zelden het hardst. We kijken eerst even rond of roepen überhaupt nodig is. We zijn het land van “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”, maar ook het land dat graag problemen oplost. Met een handleiding. En een realistische planning.
En juist dát valt op in Las Vegas.
Terwijl anderen hun pitch beginnen met “We are going to revolutionize the entire universe”, zeggen wij: “We hebben een systeem dat energie efficiënter maakt. Scheelt je geld én CO₂.” Dat klinkt misschien minder sexy, maar het landt wél. Omdat de wereld inmiddels genoeg flitsende beloftes heeft gehoord en vooral behoefte heeft aan dingen die functioneren.
Energietransitie? Check. Veiligheid? Check. Gezondheidstechnologie? Check. We hebben geen TikTok-dansjes nodig om indruk te maken. We hebben gewoon goed spul.
We bouwen het… voor een ander
En dan wordt het ongemakkelijk. We zijn goed in innoveren. Punt. Maar we laten het ook snel los. Te snel. Hoe vaak hebben we iets briljants bedacht, opgebouwd en daarna verkocht aan een Amerikaanse techreus? Vaak genoeg om er een patroon van te maken.
Begrijp me niet verkeerd: een mooie exit is geen schande. Als Google of Microsoft met een serieus bod komt, is het logisch dat ondernemers dat aannemen. Maar ergens wringt het. Want ondertussen groeien de VS en China door tot techreuzen, terwijl Europa keurig blijft vernieuwen zonder zelf écht groot te worden.
We zijn de slimme vriendin die het huiswerk maakt, en daarna toekijkt hoe een ander met de punten naar huis gaat.
Innovatie? Check. Ruggengraat? Die zoeken we nog.
Niet alleen trots poseren bij het Nederlandse paviljoen, maar ook zeggen: deze houden we. Niet omdat Amerika slecht is, maar omdat Europa ook een groeispier nodig heeft. Ideeën zijn er genoeg. Nu nog het lef om ze vast te houden.
Wat als we die volgende grote energietransitie-oplossing niet verkopen, maar zelf uitbouwen? Wat als die Nederlandse healthtech-startup geen overnamebod accepteert, maar doorgroeit tot een Europese techreus? We hebben ASML als bewijs dat het kan. En mooie nichespelers als Adyen en NXP. Maar dat is niet genoeg.
Doe maar normaal. En dan een beetje groter.
CES 2026 liet zien dat Nederland meedoet. Dat we relevant zijn. Dat we praktische oplossingen hebben voor echte problemen. Maar de volgende stap is lastiger. Die vraagt dat we naast “doe maar normaal” ook durven denken: en nu wat groter.
Want laten we eerlijk zijn: de wereld heeft geen extra app nodig waarmee je je kamerplanten kunt vertellen dat je van ze houdt. Maar wel een paar Europese techbedrijven die groot genoeg zijn om het verschil te maken.



