Durf jij de eerste bladzijde om te slaan?
Lees gratis het eerste hoofdstuk over vier mensen, vier tijden, en één boek dat alles met elkaar verbindt.
In dit hoofdstuk begint alles: een boek dat niet luistert naar de regels van tijd en vier levens die elkaar nooit hadden mogen raken. Lees het eerste hoofdstuk van De Tijdloze Bladzijden en ontdek of jij ook verder móét lezen.
Het zachte gerinkel van een fietsbel vervaagde in de verte terwijl Lotte de ingang van Bibliotheek Neude naderde. De imposante gevel torende boven haar uit, alsof hij eeuwenoude geheimen bewaarde. Haar blik gleed over de bakstenen muur en bleef hangen bij de zware houten deuren, die leken te fluisteren. Ze haalde diep adem en liep naar binnen.
In de indrukwekkende hal overstemde het geroezemoes het geluid van haar voetstappen. Bijna alle tafels waren bezet, met mensen gebogen over boeken, starend naar laptops, verdiept in verhalen of gedachten. Lotte hield van deze plek. Hier, tussen de boeken, voelde haar hoofd altijd lichter, haar gedachten scherper. Vandaag was geen uitzondering. Maar toch… Ze bleef even staan, haar vingers rustend op de band van haar tas. Iets hield haar blik vast, zonder dat ze precies wist waarom. Toen haalde ze haar schouders op en liep ze verder, de vertrouwde rust van de bibliotheek in.
Professor Wijsmuller, een rasechte Rotterdammer, zat in een hoek van de hal aan hun vaste tafel. Zijn grijze haar was zoals altijd warrig en zijn bril hing laag op zijn neus terwijl hij opkeek van zijn boek. ‘Ah, Lotte! Daar ben je!’ riep hij uit, zijn gezicht oplichtend toen hij haar zag. Hij schoof zijn bril omhoog en tikte op het open boek voor hem. ‘Vertel eens, ben je klaar voor een discussie over de schaduwzijde van technologie? Over wat er gebeurt als systemen slimmer worden dan wij?’ Zijn stem klonk uitdagend, met dat vleugje enthousiasme dat zo kenmerkend voor hem was.
Lotte glimlachte en schoof haar stoel naar achteren om te gaan zitten. Dit soort vragen was typisch voor de professor; hij stelde altijd dingen ter discussie die anderen vanzelfsprekend vonden. ‘U bedoelt zoals de dystopische sciencefictionfilms? Waar AI de mensheid overneemt?’ vroeg ze met een speelse ondertoon.
Wijsmuller glimlachte kort, maar zijn blik werd ernstiger. ‘Misschien niet zo dramatisch, maar toch… in zekere zin wel. Het probleem is niet dat machines slimmer worden dan wij, maar wat we ze laten leren. Wat denk je dat er gebeurt als we de menselijke natuur spiegelen in iets zonder geweten?’
Lotte leunde voorover, haar handen gevouwen op tafel. ‘Ik weet het niet… Het zou kunnen dat we onze zwakheden versterken. Of onze fouten herhalen,’ zei ze aarzelend. ‘Maar is dat niet juist wat ethici zoals wij moeten voorkomen? We hebben toch de controle over wat we ontwikkelen?’
De professor schudde langzaam zijn hoofd. ‘Controle is een illusie, Lotte. Vooral wanneer macht en technologie samenkomen. Wat we bouwen weerspiegelt altijd onze diepste verlangens en angsten, en die zijn niet altijd rationeel. Denk bijvoorbeeld aan de algoritmes die nu al ons gedrag online beïnvloeden. Mensen denken dat ze een vrije keuze hebben, maar hun keuzes worden ongemerkt beïnvloed door patronen die ze zelf niet zien.’
Lotte keek hem onderzoekend aan. Ze had altijd bewondering voor zijn scherpe, soms bijna pessimistische kijk op technologie, maar vandaag zat er een zwaarte in zijn woorden die ze niet helemaal kon plaatsen. ‘Maar we kunnen toch altijd bijsturen? Er zijn altijd mensen die verantwoordelijk zijn voor hoe technologieën worden ingezet. We kunnen ethische waarborgen creëren.’
Wijsmuller leunde iets naar haar toe, zijn gezicht nu ernstiger dan ooit. ‘Je denkt dat er altijd iemand aan het stuur staat, dat er een duidelijke grens is tussen goed en kwaad. Maar wat als die grens vervaagt? Wat als de mensen die verantwoordelijk zijn voor die technologieën zich niet meer bewust zijn van hun invloed? We leven in een wereld waarin keuzes over de toekomst vaak worden gemaakt door mensen die het geheel niet kunnen overzien.’
Lotte dacht even na en keek naar haar handen. ‘Dus u zegt eigenlijk dat we een oncontroleerbaar iets creëren, dat we niet kunnen vertrouwen op onze eigen wijsheid om dit in de juiste richting te sturen?’
De professor zuchtte zachtjes en glimlachte weer, deze keer met een vleugje melancholie. ‘Dat is precies wat ik bedoel. En dat is waarom ik altijd zo waakzaam ben over deze ontwikkelingen. Niet omdat ik denk dat technologie slecht is, maar omdat ik weet hoe gemakkelijk het is om het uit handen te geven aan krachten die niet te stoppen zijn.’
Lotte voelde een vreemd soort onrust in haar opkomen. ‘Dus… we zijn in feite verantwoordelijk voor een krachtige technologie waarvan we niet weten hoe we het moeten beheersen?’
Wijsmuller knikte langzaam. ‘Precies. En dat is een gevaar. We creëren een wereld waarin informatie niet langer neutraal is, waar beslissingen in milliseconden worden genomen door machines zonder dat we ooit echt begrijpen waarom. Dat is waarom we ethiek moeten zien als iets meer dan alleen een theoretische oefening. Het moet een kernonderdeel zijn in alles wat we doen.’
Lotte wilde iets zinnigs terugzeggen, maar de diepgang van zijn woorden bracht haar van haar stuk. Ze had altijd gedacht dat technologie te beheersen was, dat ze de controle had als ze maar voldoende kennis had. Maar de professor schetste een wereld waarin controle een illusie bleek, waarin menselijke zwakheden en blinde vlekken zich weerspiegelden in wat we creëerden.
Plotseling wierp professor Wijsmuller een blik op zijn horloge. ‘Ik moet even weg, Lotte,’ zei hij terwijl hij opstond. ‘Een afspraak die ik vergeten was, maar ik ben over een half uur terug.’
Lotte keek hem verbaasd aan. ‘Gaat u nu al weg? We zouden toch verder praten over mogelijke oplossingen?’ vroeg ze teleurgesteld. Ze vond deze gesprekken juist zo fascinerend.
De professor draaide zich naar haar om, een flauwe glimlach op zijn lippen. ‘Soms, Lotte, is het belangrijker om de vragen te overdenken dan meteen naar antwoorden te zoeken. Neem de tijd. We zien elkaar straks weer.’
‘Tot straks,’ zei Lotte met een knikje, terwijl ze keek hoe hij zich een weg baande door de hal. Hij had haar iets gegeven om over na te denken.
Een half uur verstreek, maar van de professor was geen spoor te bekennen. Lotte controleerde de tijd op haar telefoon en tikte met haar pen ongeduldig op de rand van de tafel. Haar concentratie gleed als zand door haar vingers. Hoe langer het stil bleef, hoe meer het gevoel knaagde dat er iets niet klopte. Het geroezemoes van de bibliotheek, ooit rustgevend, begon haar nu te irriteren. Waar was hij? Ze keek om zich heen, alsof ze zijn silhouet ergens tussen de pilaren zou zien, maar de hal leek leger dan ooit. Waarom voelde dit zo verkeerd? Na een uur besloot ze hem een berichtje te sturen. Waar ben je? Alles oké? Maar het bericht werd niet afgeleverd. ‘Zijn telefoon staat zeker uit,’ mompelde ze tegen zichzelf. ‘Vreemd.’
Professor Wijsmuller was zeer punctueel, bijna obsessief zelfs, waardoor zijn plotselinge vertrek des te vreemder aanvoelde. Met het verstrijken van de tijd nam Lottes onrust toe. Ze staarde naar de klok boven haar, zag de minuten voorbij tikken. Vele gedachten schoten door haar hoofd: misschien is hij ziek geworden? Misschien heeft hij een ongeluk gehad? Maar ze wist dat er iets niet klopte; zijn plotselinge vertrek voelde anders, haastig en ongewoon.
Na nog een uur te hebben gewacht, liep Lotte naar de informatiebalie, waar een jonge vrouw met een vriendelijke uitstraling zat.
‘Sorry, ik ben op zoek naar professor Wijsmuller. Hij zou hier ergens in de bibliotheek moeten zijn. Heeft u hem misschien gezien?’
De vrouw keek even twijfelend. ‘Professor Wijsmuller? Hmm… die naam zegt me niet direct iets. Maar eerlijk gezegd werk ik hier nog niet zo heel lang.’
‘Hij komt hier regelmatig,’ zei Lotte. ‘We zitten hier bijna elke week samen. Hij is professor informatica aan de universiteit. U bent hem vast wel eens tegengekomen.’
De bibliotheekmedewerker schudde haar hoofd en glimlachte verontschuldigend. ‘Het spijt me echt, maar ik kan me geen professor met die naam herinneren. Misschien dat iemand anders hem kent? Ik ben hier nog maar een paar maanden.’
‘Ja… misschien. Bedankt in ieder geval.’ Lotte liep terug naar hun tafel, schoof haar spullen in haar tas en liep weg.
‘Hé Lotte, je vergeet je tas!’ riep een studiegenoot. Lotte keek om en zag een tas liggen, een leren aktetas met oude, verweerde randen. Het was niet de hare, maar die van de professor. Iets in haar zei dat ze de tas niet kon achterlaten, niet nu hij nergens te bekennen was.
Thuis aangekomen stuurde Lotte snel een appje naar haar huisgenoten, Tess en Willemijn. Zin om samen te eten? Ik heb het even nodig vandaag. Tess reageerde binnen een paar seconden dat ze eraan kwam en Willemijn gaf aan dat ze later zou aansluiten.
Terwijl Lotte stond te koken, kwam Tess de keuken inlopen met een brede glimlach. ‘Ruikt goed, Em! Wat maken we vandaag?’
‘Lasagne,’ antwoordde Lotte, haar stem een beetje vlak. Ze vertelde Tess wat er was gebeurd met de professor en hoe hij plotseling verdwenen was.
Tess haalde haar schouders op. ‘Vreemd, ja.’ Ze trok de tas van de professor naar zich toe en opende die. ‘Wat zit hier eigenlijk in?’ Haar vingers gleden over een stapel dikke boeken en losse papieren, tot ze bleven hangen bij een oud, leren boek. Ze hield het omhoog. ‘Wat is dit?
Lotte keek hoe Tess het boek omhooghield, een boek waarvan Lotte zeker wist dat ze het eerder in handen van de professor had gezien. ‘Ik heb hem dat boek eerder zien lezen,’ zei Lotte zachtjes. ‘Hij leek er altijd zo in verdiept.’
Tess bladerde erin en trok een verbaasd gezicht. ‘Het is leeg, alleen blanco pagina’s. Misschien een soort notitieboek?’ Terwijl Tess het boek weer terug in de tas stopte, hoorden ze de voordeur dichtslaan. ‘Ah, daar zal je Willemijn hebben.’
‘Hoi meiden!’ zei Willemijn. Gelijk begon ze enthousiast te vertellen over een nieuw café dat ze zojuist had ontdekt.
Lotte begon zich te ontspannen en genoot van de lasagne en de gesprekken over hun komende vakantie.
Na een tijdje bracht Tess het gesprek weer terug naar de professor. Ze keek Lotte aan met een nieuwsgierige glimlach. ‘Maar serieus, Lotte, wat denk je nou echt dat er gebeurd is met die professor Wijsmuller? Het klinkt allemaal zo mysterieus.’
Lotte haalde haar schouders op, maar haar glimlach was nu minder zeker. ‘Ik weet het niet, het is gewoon raar. Hij zei dat hij even weg moest en nu hoor ik helemaal niets meer van hem. En niemand anders lijkt hem te hebben gezien.’
‘Ach, Lotte,’ zei Tess terwijl ze een slok nam van haar thee, ‘het is vast niets. Hij is misschien gewoon ergens in gedachten verzonken of hij moest plotseling weg voor iets dringends. Wie weet, misschien is zijn telefoon leeg.’ Ze haalde haar schouders op, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Voordat Lotte kon antwoorden, draaide Willemijn zich naar hen om, haar wenkbrauwen gefronst. ‘Wacht… wie?’ Ze keek Lotte vragend aan. ‘Professor Wijsmuller? Die naam zegt me niks.’
Lottes glimlach bevroor. Een onaangenaam gevoel kroop langzaam omhoog in haar borst. Ze zocht Willemijns ogen, verwachtend dat ze misschien een grap maakte. ‘Willemijn, kom op,’ zei ze, geforceerd lachend, ‘we hebben al anderhalf jaar college van hem. Je weet wel, die ene met die bril en die eeuwige tweedjas. Hij is altijd zo enthousiast over de ethiek van kunstmatige intelligentie.’
Willemijn schudde langzaam haar hoofd en haar blik bleef even ernstig als verward. ‘Ik weet echt niet waar je het over hebt, Lot. De colleges die wij volgen worden gegeven door professor Van der Linden. Ik heb nog nooit van een professor Wijsmuller gehoord.’
Er viel een oorverdovende stilte, alsof de tijd zelf even stilstond. Lottes hart begon te bonzen, terwijl ze de woorden van Willemijn probeerde te verwerken. Ze keek hulpeloos naar Tess, zoekend naar de bevestiging dat dit alles een vergissing was, een slechte grap misschien.
Tess staarde haar echter aan met een bedenkelijke blik, alsof ze probeerde te beslissen hoe ze het beste kon reageren. ‘Lotte…’ begon ze aarzelend, alsof ze voorzichtig wilde zijn met haar woorden, ‘ben je er zeker van dat je het je goed herinnert? Misschien verwar je dingen. Het zou kunnen dat je je hebt vergist, toch? Iedereen vergeet weleens iets.’
Maar in haar ogen zag Lotte een spoor van medelijden, alsof Tess zich zorgen begon te maken of er misschien iets anders aan de hand was. En dat was het moment dat Lotte echt schrok. Tot nu toe was het allemaal vreemd geweest, maar beheersbaar. Nu voelde het alsof de grond onder haar voeten werd weggetrokken, alsof ze de grip op haar eigen werkelijkheid verloor.
‘Jullie moeten hem kennen…’ fluisterde Lotte, haar stem bijna verstikt door de stilte die volgde. Haar blik schoot tussen Tess en Willemijn, zoekend naar een teken van herkenning, een bevestiging dat ze niet alleen was in haar herinneringen. Maar de gezichten van haar vriendinnen bleven blanco, alsof ze een vreemde taal sprak. De woorden die haar ooit zo zeker leken, voelden ineens ongrijpbaar, alsof haar herinneringen door haar vingers glipten.
Lotte keek naar de tas van de professor, die nu als een vreemde aanwezigheid naast haar stoel stond. Het object leek ineens veel meer betekenis te hebben, een aanwijzing die haar vasthield aan wat ze dacht dat waar was. Ze opende haar mond om nog iets te zeggen, maar er kwamen geen woorden uit. Alleen de echo van een groeiende angst, diep vanbinnen.
‘Lotte…’ begon Willemijn, haar stem zacht maar bezorgd. Ze zette haar thee neer en keek Lotte recht aan, haar blik onderzoekend. ‘Het klinkt echt alsof je je veel te druk maakt. Je weet hoe dat gaat. Als je te gestrest bent, haalt je hoofd soms rare streken uit. Misschien… moet je wat rust nemen?’ Ze pauzeerde even, alsof ze bang was Lotte nog meer van streek te brengen.
Lotte wilde reageren, uitleggen dat dit geen vergissing kon zijn, maar ze voelde hoe haar eigen gedachten haar begonnen te verraden. Voor het eerst in haar leven wist ze niet meer wat ze zeker wist.
Die nacht lag Lotte wakker, starend naar het donkere plafond van haar kamer. Haar gedachten raasden als een wervelwind door haar hoofd. Professor Wijsmuller had haar leven gevuld met een doel dat ze nergens anders had gevonden. Sinds haar vader jaren geleden was overleden en haar moeder recentelijk aan haar ziekte was bezweken, voelde Lotte zich vaak als een losgeslagen schip. De professor was haar baken geworden, haar mentor en surrogaatvader, iemand die haar uitdaagde om verder te kijken dan de oppervlakte van haar vakgebied. Hij had haar geleerd om niet alleen naar de bits en bytes te kijken, maar naar de ethiek van de technologie, de toekomst van de mensheid in een wereld gedomineerd door algoritmes. En vandaag was hij plotseling verdwenen, zonder uitleg. Ze kon het niet rijmen met de man die altijd zo punctueel en zorgvuldig was. De pijn van het verlies van haar moeder kwam weer naar boven, verstrengeld met de nieuwe angst dat ze opnieuw iemand verloor die haar dierbaar was. Maar dit keer voelde het anders. Dit was geen natuurlijke dood, geen langzaam afbrokkelen van het leven zoals bij haar moeder. Dit was een plotselinge leegte, alsof iemand met een onzichtbare gum de professor uit haar leven had gewist.
De volgende ochtend besloot Lotte om voor haar college naar het huis van de professor te lopen. Een oud, karakteristiek gebouw aan de rand van de stad, een plek waar ze hem vaker over had horen spreken. Hij had het beschreven als een rustige plek, ideaal om te werken en na te denken.
Met een lichte aarzeling klopte Lotte op de donkere, houten voordeur. Na een paar seconden hoorde ze voetstappen achter de deur. Een jonge vrouw, die Lotte nog nooit had gezien, opende de deur en keek haar vragend aan.
‘Hallo,’ begon Lotte, haar stem klonk iets heser dan ze wilde, ‘ik ben op zoek naar professor Wijsmuller. Hij woont hier, toch?’
De vrouw trok haar wenkbrauwen op en keek even achterom, alsof ze controleerde of er iemand anders in de buurt was die het gesprek kon overnemen. ‘Professor Wijsmuller?’ vroeg ze verbaasd. ‘Sorry, maar ik heb geen idee wie dat is. Wij wonen hier nu al een jaar en er is hier nog nooit een professor geweest.’
De woorden kwamen hard aan. Lotte bleef de vrouw aankijken, zoekend naar een sprankje twijfel, iets dat haar kon geruststellen. Maar de vrouw keek terug, kalm en zeker. Een onaangenaam gevoel nestelde zich in haar maag. Haar blik dwaalde af naar het donkere hout van de deur, alsof het huis zelf haar aanstaarde. Dit was het adres. Dit was zijn huis. Het leek alsof de professor nooit had bestaan.
Met een ongemakkelijk knikje bedankte ze de vrouw en ze draaide zich om. Hoe kan een man die zo aanwezig was in haar leven, ineens nergens meer bestaan? Ze had zich vergist, dat moest het zijn. Had ze het verkeerde huis? Maar de realiteit dat de bewoners nog nooit van professor Wijsmuller hadden gehoord, bleef haar achtervolgen terwijl ze zich naar de universiteit haastte.
Die ochtend gaf professor Van der Linden college, een vriendelijke man met een rustige stem die vol enthousiasme over complexe AI-theorieën praatte. Normaal zou Lottes aandacht volledig gericht zijn op de les, maar vandaag voelde alles als een vage achtergrondruis. Ze staarde naar de notities voor haar, maar de woorden leken niet binnen te komen. Toen het college voorbij was en iedereen de spullen inpakte, bleef Lotte nog even zitten. Ze zag Ronald en Fleur, haar studiegenoten, bij de deur staan.
‘Hé Ronald, Fleur!’ riep ze, terwijl ze hun kant op liep.
Ze keken op en glimlachten naar haar.
‘Hoe gaat het?’ vroeg Ronald.
Lotte aarzelde even. ‘Kennen jullie professor Wijsmuller nog? Ethiek en AI? Ik werkte veel met hem, maar nu is hij… verdwenen.’
Ronald trok zijn wenkbrauwen op. ‘Wijsmuller? Nooit van gehoord. Bedoel je niet Van der Linden?’
Lotte schudde haar hoofd, ‘Nee, niet Van der Linden. Professor Wijsmuller. Hij gaf ons colleges over de ethische implicaties van AI. We hebben het over hem gehad in verschillende werkgroepen. Hij is altijd zo betrokken geweest bij de universiteit.’
Fleur staarde haar aan met een verwarde blik. ‘Lotte, ik weet echt niet over wie je het hebt. We hebben nog nooit een professor gehad met die naam. Van der Linden geeft hier al die vakken. Voor zover ik weet, is er geen andere professor die dat doet.’
‘Hij heeft me geholpen met mijn thesis, we hebben uren gepraat over AI en de gevaren ervan.’
‘Lotte,’ begon Ronald langzaam, ‘misschien was het een andere professor die je helpt, maar… Wijsmuller? Ik heb die naam echt nog nooit gehoord.’
Fleur knikte instemmend. ‘Misschien ben je wat in de war? Je hebt de laatste tijd zoveel aan je hoofd. Het zou me niets verbazen als je jezelf te veel hebt opgelegd. Dat doet iedereen wel eens.’ Fleurs stem klonk geruststellend, maar haar ogen verrieden een zweem van twijfel.
Ronald zette een stap dichterbij en legde zijn hand voorzichtig op haar schouder. ‘Lotte…’
Lotte trok zich verward terug. Het idee dat zij zich de professor als enige herinnerde, maakte haar misselijk. Hoe kon hij zomaar verdwijnen uit hun geheugen, uit de werkelijkheid zelf? Ze had toch niet alles verzonnen? Zonder nog iets te zeggen, draaide ze zich om. Terwijl ze hun verwarde blikken in haar rug voelde, liep ze snel de zaal uit. Lotte voelde zich meer verloren dan ooit. Haar studiegenoten dachten dat ze gek werd. Zouden ze gelijk hebben?
Met de tas van de professor stevig in haar hand geklemd, keerde Lotte terug naar de bibliotheek, waar ze een rustig plekje opzocht. Gefrustreerd opende ze haar laptop en ze startte een grondige zoektocht op het internet. Terwijl haar vingers over het toetsenbord vlogen, probeerde ze elke mogelijke aanwijzing over de professor te vinden. Ze doorzocht academische databases en zocht naar publicaties onder zijn naam, maar er kwam niets naar voren. Het was alsof zijn intellectuele nalatenschap was weggevaagd, alsof zijn bestaan uit de geschiedenis was gewist. Terwijl de uren verstreken, bleven haar pogingen vruchteloos. Haar oogleden werden zwaar, maar ze weigerde op te geven. De digitale wereld voelde plotseling kil en leeg, de antwoorden die ooit voor het grijpen lagen, bleven buiten bereik.
Toen, uit pure wanhoop, pakte Lotte het boek uit de tas van de professor. Ze liet haar vingers voorzichtig over de verweerde leren kaft glijden. Ze opende het, langzaam, bang voor wat ze zou vinden of misschien juist bang voor wat ze níét zou vinden. De eerste pagina’s waren leeg, maar terwijl ze verder bladerde, begonnen er woorden te verschijnen. Tot haar verbijstering waren het geen willekeurige teksten: het waren herinneringen. Haar herinneringen. Beelden flitsten voorbij. Haar moeder die zachtjes een lied voor haar zong, de geur van haar vaders oude leren jas, en die ene keer dat de professor haar aanmoedigde tijdens een moeilijke presentatie. Lottes adem stokte toen ze verder keek. De herinneringen vervaagden en maakten plaats voor een visioen. Ze zag zichzelf, maar anders: gekleed in kleding uit een ander tijdperk, omringd door onbekende gezichten. Haar blik was vastberaden, alsof ze een belangrijke taak te vervullen had. In haar handen hield ze hetzelfde boek, en de woorden op de pagina’s leken haar aan te moedigen, haar iets te willen vertellen.
Zoek de knooppunten in de tijd, Lotte, las ze. Jij kunt ze vinden. De beelden losten op en Lotte voelde hoe de realiteit zich weer om haar heen sloot.
Ze sloot het boek met een klap. De stilte hing zwaar in de ruimte, alsof de bibliotheek zelf haar adem inhield. Lottes hart bonkte in haar borst. Dit kon niet waar zijn. Maar hoe harder ze het wegduwde, hoe dieper het zich vastzette in haar gedachten. Dit boek was geen toeval. Dit was een sleutel. Maar naar wat? Met het boek stevig onder haar arm liep ze met een hoofd vol vragen richting de uitgang van de bibliotheek.



