Een miljoen gulden voor een rijtjeshuis?!
Van guldens naar euro’s: hoe een simpel rijtjeshuis een luxeproduct werd.
Stel je eens voor: het is 1999. De Nokia 5110 is hét statussymbool (met Snake als de ultieme tijdverspiller), je huppelt vrolijk op je nieuwe plateauzolen en The Matrix sleept de ene na de andere Oscar binnen. Ondertussen sta ik, 25 jaar jonger en net zo ambitieus als nu, mijn allereerste huis te kopen. Voor, laten we eerlijk zijn, een bedrag in guldens waar je tegenwoordig geen tuinhuisje meer voor koopt.
Fast forward naar nu: ik zit op de bank (in datzelfde huis), scrollend door nieuwsartikelen, en ineens valt mijn oog erop: het bericht dat een half miljoen euro in steeds meer regio’s niet genoeg is voor een doorsnee koophuis. Laat dat getal eens tot je doordringen. Een half miljoen euro. Omgerekend: meer dan een miljoen gulden. Voor een huis. Een doorsnee huis. Geen villa met een oprijlaan en zwembad; geen penthouse met uitzicht op de skyline van Rotterdam. Nee, gewoon een rijtjeshuis, met buren die iets te vaak barbecueën.
25 jaar geleden zou je me voor gek hebben verklaard als ik dit had voorspeld. Maar nu? Nu mag je hopen dat je met een halve ton extra nét niet overboden wordt door iemand die contant betaalt.
Het voelt alsof we het met z’n allen hebben laten gebeuren, terwijl we gedachteloos op Funda bleven scrollen. Waar huizen worden aangeboden met teksten als “knusse starterswoning met potentie” (lees: bezemkast) voor een prijs die je in guldens niet eens durft uit te spreken. Natuurlijk ligt het niet alleen aan die quinoa-salades of havermelk-lattes (oké, heel misschien een beetje). Maar eerlijk? Het is alsof we stilzwijgend akkoord zijn gegaan met een huizenmarkt die steeds absurdere vormen aanneemt.
Hoe ziet dit er over 25 jaar uit? Wordt een koophuis dan alleen nog bereikbaar voor alleen degenen met een flinke erfenis of een prijs in de loterij? Zijn we tegen die tijd massaal overgestapt op energieneutrale tiny houses? Of wonen we dan met z’n allen in enorme flats, zoals in een dystopische Netflix-serie?
En toch blijft het wringen. Want wonen is geen luxeproduct, het is een basisbehoefte. En hoe meer we ons blijven aanpassen aan deze krankzinnige huizenmarkt, hoe verder de realiteit verschuift. Dus laten we eens gek doen en de klok terugdraaien naar een tijd waarin een huis een thuis was. Geen belegging, geen statussymbool, maar een plek om te wonen. Misschien een naïeve gedachte, maar wie weet… leren we op een dag weer te dromen van een simpel rijtjeshuis met barbecueënde buren in plaats van grote huizen met jacuzzi’s en inloopkasten.
Wat denk jij? Zijn we in 2050 écht allemaal veroordeeld tot tiny houses, of gloort er nog hoop op een redelijk geprijsd thuis?
Deel je gedachten, wie weet inspireer je de volgende generatie huizenkopers!



