Ik weet niet hoe het met jou zit, maar stel dat het Nederlands elftal vijftien plekken zakt op de FIFA-ranglijst. Dan breekt er paniekvoetbal uit van de bovenste plank. Bondscoach weg, kabinetsvragen, analisten op tv met schuim op de lippen. We zouden ons collectief in een oranje rouwsluier wikkelen en de KNVB richt een taskforce op met een eigen logo.
Hallo crisiscommunicatieteam, is daar iemand?
Maar afgelopen week las ik dit artikel van Lisa Loeb dat Nederland op de Global Gender Gap Index maar liefst vijftien plekken is gezakt. Vijftien! We staan inmiddels zelfs achter de Verenigde Staten. Ja, dat Amerika waar vrouwenrechten in sommige staten met een kettingzaag worden bewerkt. En wat doet Nederland? Helemaal niks. Geen talkshowtafels vol verontwaardiging. Geen spoeddebat in de Tweede Kamer. Geen Kamervragen van “maakt u zich ook zorgen over het feit dat we collectief achterlopen op een beetje fatsoen?”. Niet eens een kuchje.
Ik dacht eerst serieus dat het nepnieuws was. Maar nee, het was gewoon waar. Alleen… vrijwel geen enkele grote Nederlandse nieuwssite schreef erover. De NOS? Niets. NU.nl? Nada. AD? Volkskrant? Trouw? Zip. LINDA had er na een week iets over en het NRC een paar dagen geleden, maar dat was meer een analyse over waarom niemand het boeiend lijkt te vinden.
Het gidslandsprookje
Gendergelijkheid in Nederland is veel minder vanzelfsprekend dan we onszelf graag wijsmaken. Dat “we zijn toch al zo’n modern, tolerant land?” vooral een geruststellend verhaaltje voor onszelf is.
Vakbond FNV vat ons vertekende zelfbeeld perfect samen als een ‘gidslandcomplex’: "Omdat we denken dat we alles goed geregeld hebben, blijft ons emancipatiebeleid achter bij andere landen." We worden aan alle kanten ingehaald door landen waarvan wij denken dat zij óns als gidsland zien. In werkelijkheid lopen wij ver op hen achter. (bron: Lisa Loeb)
En ondertussen praten we er zo min mogelijk over. Want ja, als je niks zegt, hoef je er ook niks aan te doen.
Kop-in-het-zand
Die stilte is eigenlijk nog het pijnlijkst. Het is net als iemand die in de trein luid en gênant ruzie maakt met de conducteur, terwijl de rest ineens héél geïnteresseerd naar de weilanden en koeien buiten kijkt. Ongemakkelijk. Iedereen hoort het. Maar niemand wil er wat van zeggen.
Stilte is niet neutraal. Het is kiezen voor de status quo. Zolang we doen alsof er niks aan de hand is, kunnen we het idee in stand houden dat Nederland al klaar is met emancipatie. Missie voltooid, strik erom, volgende onderwerp.
En als iemand er wél iets van zegt? Dan wordt het al snel weggewoven als gezeur. We zijn toch zo’n progressief land? Kijk nou eens om je heen, het gaat hier toch hartstikke goed? Behalve dat het dus niet goed gaat.
Stel dat het innovatie was
Als Nederland vijftien plekken zou zakken op een innovatie-index, zou het journaal openen met “Code Rood voor de kenniseconomie!” en zouden we in allerijl taskforces en commissies optuigen. Er zouden Kamerdebatten komen, speciale gezanten, brandbrieven vanuit het bedrijfsleven. Maar gendergelijkheid? Daar is geen tijd voor, joh. Druk, druk, druk. Even parkeren, komt later wel. Alsof het een soort luxeproject is voor als echt álle andere problemen zijn opgelost. We behandelen het alsof het een “nice-to-have” is in plaats van een basisvoorwaarde voor een fatsoenlijke, eerlijke samenleving. Het is een beetje zoals zeggen: “Ja, ik zou graag een functionerende rem op mijn auto hebben, maar voorlopig rijd ik wel zonder. Scheelt gedoe.”
Hopeloos? Nee hoor.
Maar het vraagt wel iets van ons. Namelijk: dat we ophouden te doen alsof het probleem niet bestaat. Dat we het op z’n minst serieus genoeg vinden om het erover te hebben. Al is het maar om te kunnen zeggen: “ja, dat is niet best, wat kunnen we eraan doen?” Zelfs als het even pijn doet aan ons gidslandcomplex.
Want zolang we blijven doen alsof het probleem niet bestaat, blijven we vrolijk verder glijden op die ranglijst. Tot we uiteindelijk onderaan bungelen en we nog steeds zeggen dat het allemaal wel meevalt.
Maar goed, ik ben natuurlijk maar één persoon die zich hierover opwindt, terwijl ik mijn koffie over mijn toetsenbord mors. Misschien zie ik het te zwaar in. Of misschien is het gewoon hoog tijd om het ongemakkelijke gesprek wél te voeren.
Wat vind jij?



