Dit is waar het schuurt, stroomt en soms stilstaat. Over twijfel en ongeduld. Over wachten, hopen, doorschrijven. Geen handleiding. Geen succesverhaal. Geen afgerond einde. Gedachten te ruw voor een roman en te eerlijk om voor mezelf te houden. Dit zit er ergens tussenin.
Er zit een seconde tussen de vraag en mijn antwoord. Een hele kleine. Maar daarin gebeurt het.
Ik zie alle antwoorden tegelijk.
Het veilige: “Goed hoor. Bezig.”
Het sociale: “Druk, maar leuk!”
Het eerlijke: “Ik weet het niet. Soms voelt het alsof het groeit. Soms alsof ik mezelf iets aanpraat.”
En dan kies ik de eerste.
Niet omdat het waar is.
Maar omdat het werkt.
Het probleem met “hoe gaat het met schrijven” is dat geen enkel antwoord klopt.
“Goed” is niet waar. Want wat is goed. Dat ik vandaag geschreven heb. Dat ik gisteren niet schreef, maar wel nadacht. Dat er woorden zijn, maar nog geen boek. Dat er twijfel is, maar ook iets wat blijft trekken.
“Slecht” is ook niet waar. Want slecht veronderstelt dat er iets mislukt. Maar schrijven mislukt niet lineair. Het beweegt. Het zit soms vast, maar ontvouwt zich zonder voortgangsrapport.
“Het gaat” is leeg.
Schrijven heeft geen voortgangslijn. Er is geen dagelijks resultaat. Geen update. Geen “vandaag heb ik dit af gekregen”. Het werk zit ergens tussen denken en maken. En dat laat zich niet vangen in een gesprek van dertig seconden bij de kassa van de Albert Heijn.
De vraag “hoe gaat het met schrijven” betekent eigenlijk iets anders.
Ben je op schema?
Ben je verder dan de vorige keer dat ik het vroeg?
Is er al iets af?
En daar wringt het.
Want ik wil geen projectupdate geven. Ik wil geen verantwoording afleggen over wat er wel of niet concreet is. Ik wil niet verdedigen dat ik bezig ben, ook al is er niks tastbaars. Niet omdat ik lui ben. Niet omdat ik het niet serieus neem. Maar omdat schrijven zich onttrekt aan die logica.
En toch voel ik elke keer die verwachting. Die vriendelijke, oprechte interesse die tegelijk ook een deadline is. Een meting. Een: laat zien dat het ergens naartoe gaat.
Ik geef meestal dit antwoord: “Goed hoor. Lekker bezig.”
En dan wissel ik van onderwerp.
Stel ik een vraag terug.
Laat ik het daarbij.
Niet omdat het klopt.
Maar omdat het echte antwoord te lang is. Te vaag. Te eerlijk voor een gesprek waarin iemand eigenlijk gewoon aardig wil doen.
Het eerlijke antwoord past zelden in een gesprek.
Dus blijft het meestal ongezegd.
Wordt vervolgd, ergens tussen de regels.




Ja, heel herkenbaar
Wow, je raakt precies waar het over gaat als mensen weten dat je schrijft. Wat mooi verwoord!