De avond waarop Nederland zichzelf alvast viert
Koningsdag is voor de koning. Koningsnacht is voor de rest van ons.
Er zijn weinig nationale tradities zo eerlijk als Koningsnacht. We wachten niet eens tot de verjaardag zelf. Sterker nog: halverwege de avond, met een plastic biertje in de hand en een onbekende die ineens je beste vriend blijkt te zijn, voelt het alsof we collectief hebben besloten dat morgen eigenlijk alleen nog maar een formaliteit is.
Ooit was het een feest voor de vorstin. Inmiddels is het vooral een nationale oefening in laat naar bed gaan.
Haagse wortels, Amsterdamse nachten
Als Hagenees hoorde KoninginneNach er gewoon bij. Niet als cultureel erfgoed, niet uit historisch besef, maar als iets wat je deed. De naam alleen al had meer sfeer dan menig officieel programma. KoninginneNach. Korter, rauwer, Haagser. Alsof Den Haag wilde zeggen: leuk, die nationale feestdag, maar wij maken er zelf wel iets beters van.
En dat deed de stad ook. Muziek, drukte, mensen op straat, overal het gevoel dat er vanavond net iets meer mocht dan normaal.
Later bracht ik ook heel wat Koninginnenachten door in Amsterdam, vooral omdat daar vrienden woonden. Amsterdam had op dat soort avonden de bijzondere gave om nog meer Amsterdam te worden. Nog voller, nog luider, nog overtuigder van zichzelf.
Ergens tussen de grachten en een veel te dure biertap verloor je je vrienden, vond je ze weer, verloor je ze opnieuw, en aan het eind van de nacht zat je met wildvreemden op een stoeprand te filosoferen over iets wat de volgende ochtend nergens meer op sloeg.
Dat was KoninginneNach. Chaotisch, luidruchtig en volkomen logisch op dat moment.
Van nach naar dag
Tegenwoordig vieren we het vooral overdag. Ik vind het nog steeds leuk, maar word iets minder enthousiast van een overvolle trein om half twee ’s nachts en een beker bier in m’n nek.
Nu lopen we door Breda, over de Grote Markt, met muziek uit elke kroeg en een oranje zee van feestende mensen om ons heen. Ik hou van dat oranje circus. Van de sfeer, de mensen en die typisch Nederlandse overtuiging dat we met z’n allen prima wegkomen met een kleur die vrijwel niemand echt flatteert.
De toerist die nét naast het feestje grijpt
Pas na de troonswisseling in 2013 besefte ik hoe serieus buitenlanders ons feest namen. Ik dacht dat het vooral ons ding was, maar toen bleek ineens dat half Europa en een verdwaalde Aziaat maanden van tevoren tickets boekten, outfits samenstelden en complete routes uitstippelden.
Groepen enthousiaste buitenlanders in Amsterdam, op 30 april, van top tot teen in het oranje: hoedjes, vlaggetjes, zonnebrillen. Klaar voor het feest.
Eén klein probleempje: de dag was drie dagen eerder geweest.
Ik moest er stiekem om lachen. Maar eigenlijk zegt het vooral iets over ons. We verschuiven doodleuk een nationale feestdag en verwachten vervolgens dat de rest van de wereld zich gewoon even aanpast. ‘Had je even moeten checken,’ zeggen we dan. Terwijl we zelf nog steeds moeten googelen wat er gebeurt als Koningsdag op een zondag valt.
Feestvieren als volkssport
Drie steden, drie levensfases. Van nach naar dag. Van vrienden op stoepranden naar kleedjes op de stoep. De vorm verandert. De lol niet.
Officieel gaat Koningsdag om de koning. In werkelijkheid gaat het om onze nationale gave om van een datum een evenement te maken, bij voorkeur al de avond ervoor.
We zijn niet goed in wachten. Wel in vooruit vieren. Misschien is dát wel onze echte traditie. Niet wachten op het officiële moment, maar er zelf alvast iets gezelligs van maken.
Of het nou om een verjaardag gaat, een promotie of een donderdagmiddag waarop toevallig de zon schijnt: we vinden altijd wel een reden. En als we die niet vinden, maken we er een.




Heerlijk stuk. Heb het met een glimlach en af en toe een gniffel van herkenning zitten lezen. Morgen gaan we weer 🧡