Kun je té rijk zijn?
Van jacuzzi’s in je kist tot een Lidl op je privé-eiland, ergens houdt het op.
Ik las dat Warren Buffett weer een recordbedrag heeft geschonken. Serieus, die man maakt een overboeking van een paar miljard alsof hij een Tikkie terugbetaalt voor een rondje bitterballen. Toch maakt het me blij. Want net als Bill Gates vindt Buffett dat je niet alles mee hoeft te nemen in je graf. Wat moet je daar ook met een miljard? Een hemelreis in business class? Een jacuzzi in je kist? Of een deluxe urn met wifi?
Filantropie voor gevorderden
Hun idee: als je meer geld hebt dan je ooit kunt uitgeven, zelfs al bestel je dagelijks een nieuwe Rolls-Royce en een zwembad vol Dom Pérignon, dan kun je dat best delen met de wereld. Ze hebben samen The Giving Pledge bedacht. Eigenlijk een soort Postcode Loterij voor miljardairs: wie meedoet, belooft meer dan de helft van zijn geld weg te geven. Alleen win je geen HEMA-appeltaart of een setje sokken, maar een plekje op de erelijst van gulle gevers.
Rijker dan gezond is
En toch wringt er iets. Ik moest denken aan een aflevering van What’s Next? The Future with Bill Gates op Netflix, waarin Gates in gesprek ging met Bernie Sanders. De titel van de aflevering: Can You Be Too Rich?Nou, Bernie hoefde daar geen seconde over na te denken. Volgens hem is té rijk zijn niet alleen een beetje onhandig, zoals een lege telefoonbatterij op het moment dat je trein vertrekt, maar ronduit gevaarlijk. Te veel macht bij te weinig mensen.
Gates bekijkt dat genuanceerder. Hij zegt: ongelijkheid is een probleem, maar laten we ook kijken naar wat rijke individuen met hun vermogen kunnen doen. Innovatie versnellen, ziektes de wereld uit helpen, miljoenen kinderen redden van malaria. Klinkt goed, toch? Alleen, zegt Bernie, vrijwillig geven helpt, maar lost het probleem niet op.
Met andere woorden: een miljardair die een fractie van zijn fortuin weggeeft, kan geweldig nieuws zijn in de strijd tegen malaria, maar daarmee is ongelijkheid nog lang niet opgelost.
Te rijk om leuk te zijn
En eerlijk? Ik ben het met Bernie eens. Want ondertussen zitten de drie rijkste mensen ter wereld, Elon Musk, Jeff Bezos en Mark Zuckerberg, nog steeds op hun berg geld. Niet bepaald de eerste namen die je belt als je extra vrijwilligers zoekt voor de voedselbank. Musk bouwt raketten, mooi, maar probeer daar eens een bruine boterham met worst in te stoppen. Bezos koopt jachten die groter zijn dan de gemiddelde woonwijk. En Zuckerberg… tja, die geeft ons een metaverse waar je virtuele benen krijgt. Wat je daaraan hebt als je wasmachine stuk is? Ik zou het niet weten.
Begrijp me niet verkeerd: innovatie is geweldig. Maar er is een verschil tussen de wereld veranderen en vooral je eigen speeltuin uitbreiden.
Meer nullen dan je nodig hebt
Ik denk dat we het antwoord allemaal wel weten. Als je zoveel geld hebt dat je het de ruimte in schiet of een paleis voor je hond laat bouwen, dan ben je té rijk. En dan is het niet genoeg om op een zonnige middag te bedenken: “Weet je wat, ik doneer eens een miljard.”
Als het vrijwillig is, blijft het een kwestie van willekeur. Afhankelijk van wie er toevallig een goede bui heeft. En eerlijk: ik vertrouw de Belastingdienst meer om ervoor te zorgen dat dat geld terechtkomt waar het echt nodig is, dan de grillen van een miljardair die ineens besluit panda’s te redden of een virtueel kantoor te bouwen waarin je avatar steeds vastloopt in de muur.
Een beetje van jezelf, een beetje van de wereld
Buffett en Gates bewijzen dat rijkdom verplichtingen met zich meebrengt. Maar we zouden dat niet moeten overlaten aan de bevliegingen van de superrijken. Misschien moeten we gewoon samen afspreken: boven een bepaald bedrag is het niet meer alleen van jou, maar ook een beetje van de wereld.
Maar goed, ik zeg dit allemaal heel stoer. Mocht ik ooit de loterij winnen, dan zie je me waarschijnlijk meteen naar de Ikea rennen voor een gouden BILLY-boekenkast, gewoon omdat het kan.
En jij? Wat doe jij als er morgen een miljard op je rekening staat: een ziekenhuis bouwen, of toch stiekem dat privé-eiland met eigen Lidl én trampolinepark?




Mijn oma zei altijd: "alles met te ervoor is niet goed" met de toevoeging "behalve tevreden". Er zijn meer uitzonderingen op deze regel (Tequilla is de mijne). Maar er is veel onderzoek gedaan naar het verband tussen geld - inkomen - en geluk. Grappig genoeg zijn de (super) rijken niet gelukkiger, eerder het omgekeerde. Het weggeven van geld geeft ze in ieder geval een tijdelijk gevoel van geluk. Ik gun ze dat van harte, alleen jammer dat ze het nooit aan mij geven.