Ik verbaas me al jaren over hoe weinig e-books er in Nederland worden verkocht. Slechts 9% van alle boeken, las ik ergens. Echt maar zo weinig?
Ik heb al jaren een Kobo Plus-abonnement. Niet uit overtuiging hoor, maar uit wanhoop. Mijn boekenkast puilde uit en toen ik de stapels ernaast zat was ben ik digitaal gaan lezen. Maar ik snap de aantrekkingskracht van papier. Een echt boek heeft gewicht. Je voelt de bladzijden en ruikt de geur van het papier. Een e-reader heeft dat niet. Die is praktisch.
Minder gelezen?
Vorige week publiceerde de CPNB de boekencijfers van 2025. Er werden ruim 44 miljoen boeken verkocht, zo’n twee miljoen minder dan het jaar ervoor. Dalende lijn, kopte de NOS. Maar wacht even, die 44 miljoen gaat over fysieke boeken én losse e-books. Dus niet over alles wat we tegenwoordig lezen.
Lezen is namelijk allang verhuisd. Naar abonnementen en luisteren. En juist telt niet mee. Dus ‘minder boeken verkocht’ betekent niet automatisch ‘minder gelezen’. Het betekent vooral: minder afgerekend bij de kassa.
De perfecte leeshoek
Als ik mijn socials open krijg ik een heel ander beeld. Daar lijkt Nederland één grote leesclub. Overal boeken. Cappuccino erbij. Regen tegen het raam. Een hippe stoel die er net iets te oncomfortabel uitziet om echt lekker te zitten. En daar is het boek. Perfect in beeld. Soms leesbaar, soms strategisch vaag.
Het lijkt alsof je pas echt leest als je het bewijst met een foto. Alsof het lezen zelf niet genoeg is, maar pas telt als het ook esthetisch verantwoord wordt vastgelegd.
Ik maak zelf ook weleens boekenfoto’s. Maar er zit een verschil tussen lezen als pose en lezen als gewoonte. De ene vraagt een goed licht. De ander alleen tijd.
Mijn innerlijke milieustrijd
Jarenlang voelde ik me stiekem best tevreden met mezelf. Geen papieren boeken en omgekapte bomen. Dezelfde Kobo al jaren in gebruik. Ik was praktisch een klimaatheld in pyjama. Totdat ik de cijfers opzocht.
Een e-reader is niet magisch groen. Hij moet opgeladen worden en er zitten metalen in, chips, batterijen, allemaal materialen die ook weer ergens uit de grond moeten komen. Hij is pas duurzamer als je er zo’n 30 tot 60 boeken op leest, afhankelijk van hoe je rekent. Ik lees er ongeveer 25 per jaar…
Steeds vaker lenen en streamen
Wat opvalt in alle cijfers is dat abonnementen en lenen steeds belangrijker worden. We hoeven boeken blijkbaar niet per se meer te bezitten om ze te lezen. Geen stapel op je nachtkastje, maar een onzichtbare bibliotheek in je broekzak. En dat is misschien ook wel logisch. Muziek en series streamen we tenslotte ook al jaren.
De Koninklijke Bibliotheek meldt dat er in 2025 bijna zes miljoen e-books en 2,9 miljoen luisterboeken werden geleend, vijf procent meer dan een jaar eerder. En de commerciële streamingdiensten? Die zagen hun omzet met 36 procent stijgen. Alleen weten we niet precies hoeveel boeken dat zijn, want die cijfers houden ze lekker voor zichzelf. Kortom: we lezen niet minder, maar anders.
En het Nederlandse boek dan?
Er is één ding dat me zorgen baart. Nederlandstalige boeken staan onder druk. De CPNB meldt dat de afzet van Nederlandstalige titels met vier procent is gedaald. In alle genres. Terwijl vooral Engelstalige boeken licht blijven stijgen.
Dat raakt onze Nederlandse schrijvers. Stemmen die niet automatisch mee kunnen liften op internationale hypes. Als de markt verschuift naar Engels, naar abonnementen die internationale titels pushen, wordt het moeilijker voor lokale schrijvers om zichtbaar te blijven.
Als niemand kijkt
Ik blijf voorlopig gewoon lezen zoals ik al jaren lees: op mijn Kobo. Geen mooie stapels op tafel en geen boekenkast die per kleur is ingericht. Al moet ik toegeven dat zo’n volle boekenkast er wel een stuk gezelliger uitziet dan mijn zwarte e-reader.
En heel soms koop ik toch een papieren boek. Dat ligt dan eerst een tijdje heel mooi op tafel. Tot ik het ga lezen.
Met koffie erbij uiteraard. En die drink ik gewoon op voordat hij koud wordt. 😉


