Niet rennen maar stralen (en een beetje zweten)
Een ode aan ouder worden met wijn, vrienden en zelfspot.
Vandaag is het zover: ik tik de vijfenvijftig aan. Vijf-vijf. Dat klinkt als een soort snelheidslimiet waar je je vanaf nu juist niet meer aan hoeft te houden. En eerlijk gezegd voelt het ook een beetje zo. Ik merk wel wat ongemakken hoor: opvliegers die je uit het niets overvallen als een ringtone op volle sterkte in een stille ruimte, knieën die ineens geluiden maken alsof ze een protestmars organiseren, en het steeds vaker voorkomende moment waarop ik midden in een kamer sta en denk: Wat ging ik ook alweer doen? Je opent de koelkast en staart erin alsof daar het antwoord op al je levensvragen ligt. Nee, lieverd, daar ligt alleen een potje pesto dat binnenkort eigen paddenstoelen oogst.
Maar… er is ook iets anders. Iets wat ik zelf niet helemaal had verwacht, en wat me eigenlijk best bevalt. Rust. Ruimte. En, heel verrassend: sprankeling.
Niet alles hoeft meer (en dat voelt top)
Ik kwam laatst een quote tegen van Sophia Loren (ja, die flaneert nog steeds vrolijk door het leven):
“Je ziet het sprankelen in de ogen van mensen die ouder worden en zich daar niets van aantrekken.”
En ik dacht: ja verrek, dát is het. Die sprankeling. Niet omdat alles makkelijker wordt (spoiler: dat wordt het niet), maar omdat je jezelf steeds minder wijs hoeft te maken dat het allemaal groots, meeslepend, Instagram-waardig en perfect moet zijn.
De sprankeling zit ‘m in kleine dingen. In een goed glas wijn in je hand, vrienden in je tuin, zon op je gezicht en het gevoel dat je niet meer alles hoeft bij te benen. De twintigers mogen rennen. Ik zit lekker. En ik geniet.
Verwondering met krakende knieën
Ouder worden is een beetje alsof je in een tweedehandsauto rijdt die af en toe piept en kraakt, maar je weet precies hoe je hem moet starten, hoe je de radio harder zet, en hoe je zonder navigatie toch altijd thuiskomt. Of in mijn geval: in de buurt.
Of zoals ik het laatst ergens las, waarschijnlijk in mijn eigen toekomstige dagboek:
“De kunst van ouder worden is om te blijven verwonderen, zelfs als de knieën kraken en je vergeet waar je je sleutels hebt gelaten.”
Ik heb nog zo veel plannen. Dingen om te zien, te doen, te leren (en dingen om te vergeten en dan weer opnieuw te ontdekken). En het mooie is: het hoeft niet meer allemaal tegelijk. Geen haast, geen druk. Alleen nieuwsgierigheid.
Vrijheid, flauwe grappen en volle glazen
Vandaag vier ik het dus gewoon. In de tuin, met een borrel, en vrienden die ook allemaal ergens tussen sprankeling en krakend meubilair zitten. De gesprekken zijn eerlijker, de grappen zijn flauwer (en daardoor leuker), en de wijn is beter dan vroeger, omdat we inmiddels weten wat we lekker vinden.
55 is niet het nieuwe 40, het is gewoon 55. En dat is precies goed.
Dus: hier zit ik dan. Niet op een bergtop, maar op een tuinstoel. Met een sprankeling in mijn ogen.
En jij? Zie jij de twinkeling al?



