Het is bijna kerst. De supermarkt bevestigt dat al: lege schappen, volle karren en mensen die met een licht panische blik zoeken naar dat ene ingrediënt dat ze echt nodig hebben. Niemand weet precies waarvoor, maar zonder dat ene potje saus lijkt kerst officieel te mislukken.
In de keuken wordt het er niet beter op. Recepten worden ineens vaag, ovens blijken een eigen wil te hebben en er is altijd wel iemand die vraagt of het al bijna klaar is, terwijl je zelf ook geen idee hebt. De planning die je zo zorgvuldig had bedacht, verdwijnt geruisloos in de prullenbak, naast de mislukte cranberrysaus. Er wordt geïmproviseerd. En hier en daar gevloekt. Meestal binnensmonds, soms niet.
En dan moet het gezellig worden.
Kerst is namelijk dat wonderlijke moment waarop alles tegelijk moet kloppen. Het eten, de sfeer, de gesprekken, de timing. We willen ontspannen zijn, maar wel volgens een strak schema. We willen verbinding, liefst zonder discussie. Samen zijn, maar wel harmonieus. Dat lukt natuurlijk nooit helemaal. Er zijn meningen, oude verhalen en onderwerpen die we vandaag echt niet gaan bespreken, totdat iemand dat alsnog doet. En voor je het weet, is de chaos compleet.
En dat is eigenlijk helemaal niet zo gek. Want hoe gezellig we kerst ook hebben aangekleed met lichtjes en perfecte tafels, de geschiedenis ervan is allesbehalve rustig en lieflijk.
Lang voordat kerst kerst werd, vierden mensen rond 21 december al feest. De winterzonnewende markeerde het moment waarop de dagen weer langer werden. In een tijd zonder centrale verwarming was dat geen detail, maar het moment waarop je dacht: oké, we redden het misschien toch. De Romeinen lieten zich volledig gaan tijdens Saturnalia: dagenlang eten, drinken, cadeaus en sociale regels die even pauze hadden, net als de rem op het drankgebruik. In Noord-Europa werden midwinterfeesten gevierd met vuur, groenblijvende takken en samenzijn rond de haard. Licht dat terugkeert in het donker. Dat idee is ouder dan kerst zelf.
De geboorte van Jezus kreeg pas later een vaste plek op de kalender. In de Bijbel staat geen datum, maar in de vierde eeuw besloot de kerk om kerst op 25 december te vieren. Niet toevallig viel die samen met bestaande feesten, zoals Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. Dezelfde datum, een nieuw verhaal. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.
Ook in de middeleeuwen was kerst allesbehalve rustig. Het was luid, chaotisch en sociaal intens. Armen klopten bij rijken aan voor eten en drank, er werd gezongen, gedronken en soms dagenlang gefeest. Het idee dat kerst vooral stil en sereen hoort te zijn, is historisch gezien net zo geloofwaardig als een stressvrije gourmetavond.
Ons huidige kerstgevoel danken we grotendeels aan de negentiende eeuw. Met A Christmas Carol stak Charles Dickens kerst in een nieuw jasje: huiselijkheid, familie, mededogen en een moment van reflectie. Minder volksfeest, meer innerlijke rust. En dat beeld is blijven hangen.
Wat we nu kerst noemen, is dus een botsing van alles tegelijk. Heidense zonnewende, christelijke symboliek, victoriaanse gezelligheid en een flinke scheut commercie. Geen wonder dat het schuurt. En geen wonder dat we verlangen naar rust, terwijl we onszelf ondertussen gek maken over boodschappen, planning en timing.
Maar ergens tussen de chaos en het schuren door ontstaan ze vanzelf: de kleine momenten. Iemand die hardop lacht om iets onbenulligs. Even stilte na het eten, wanneer niemand iets hoeft te zeggen. Dat gevoel dat, ondanks alles, dit het is. Niet zoals gepland, maar wel precies goed.
Misschien is dat de kern van kerst. Geen perfectie, maar gewoon aanwezig zijn, met alles wat wel en niet lukt. En erkennen dat dat eigenlijk al genoeg is.
Hele fijne dagen, allemaal. 🎄
Met of zonder perfecte tafel of gourmetstel-paniek 😉




Jaaaa mooi geschreven 🩷