Waarom Nederlanders drop eten en Amerikanen denken dat het rood is
Van middeleeuws medicijn tot cultureel erfgoed in een zakje.
Drop mag dan tegenwoordig vooral in het dashboardkastje liggen, het begon ooit als een wondermiddel tegen keelpijn in het oude Egypte. In het graf van: jawel, de enige echte Toetanchamon, vonden archeologen restjes zoethout, afkomstig van de Glycyrrhiza glabra-plant. Toen al geliefd om zijn geneeskrachtige werking. Best indrukwekkend, voor iets dat je opa standaard in z’n binnenzak heeft.
Ook in het oude China, bij de Grieken en de Romeinen werd zoethout ingezet tegen hoest, keelpijn en maagklachten. Later in de middeleeuwen namen Europese monniken en apothekers het stokje over. Door zoethoutextract te mengen met siropen en kruiden, creëerden ze per ongeluk een snoepje dat net zo goed in het medicijnkastje als in de snoeptrommel paste.
Waarom wij wél snappen wat lekker is.
Rond de 19e eeuw begon Nederland zich te ontwikkelen tot het Mekka van de drop. Apothekers gingen los met smaken en vormen: honingdrop, muntdrop, laurierdrop, salmiakballen, je kon het zo gek niet verzinnen. In de 20e eeuw groeide drop, mede dankzij merken als Venco en Klene, uit tot een Nederlands icoon, net als de stroopwafel en de bitterbal.
Hoe we eraan verslaafd raakten (en waarom dat helemaal niet erg is):
1. De apotheker die per ongeluk een verslaving uitvond
Lang voordat de snoepfabriek bestond, was het de apotheker die drop ‘uitvond’. Hij mengde zoethout met siroop en suiker en hoopte op genezing, maar kreeg er een nationale verslaving bij. Een bijwerking waar niemand over klaagde.
2. Dankzij de VOC lag het ineens overal
Via de handel kwamen tonnen kruiden ons land binnen: van peper tot nootmuskaat tot… juist, zoethout. Wat doe je met iets dat goedkoop, lekker en overal verkrijgbaar is? Juist: je stopt het in alles. Drop werd de bitterbal van de apotheek.
3. Calvinistisch snoep: niet te zoet, wel met karakter
Nederlanders houden niet van overdreven zoet. Doe maar gewoon, zelfs als het om snoep gaat. Drop is de espresso onder de snoepjes: klein, intens en je moet er even aan wennen. Maar als je eenmaal om bent… ben je verkocht.
4. Jeugderfgoed in een snoeptrommel
Vraag een willekeurige Nederlander naar z’n eerste dropherinnering, en je hoort iets over oma’s trommel of plakkerige autodrop. Drop hoort bij ons. Net als fietsen of klagen over het weer, je groeit ermee op en je geeft het door.
Geen wonder dat wij per jaar gemiddeld ruim 2 kilo drop per persoon wegwerken. Dat heet geen verslaving, dat heet cultuur.
En toen kwam Amerika…
En dan hoor je ineens dat het op 12 april in Amerika ‘National Licorice Day’ is. Zou je denken: leuk, die houden ook van drop. Maar ho even. Wat zij daar ‘licorice’ noemen, is vaak een mierzoete, knalrode snoepveter die nog nooit een zoethoutwortel heeft gezien. Twizzlers, bijvoorbeeld. Het lijkt meer op een uitgedroogde fruitrol dan op wat wij kennen als drop.
En die speciale dag? Die werd in 2004 in het leven geroepen door een snoepwinkel in Nebraska, Licorice International, die zich inzette voor de promotie van zwarte drop uit veertien verschillende landen. Een sympathieke marketingactie, absoluut, maar het had weinig te maken met nostalgie of culturele waarde. Gewoon een slimme manier om meer drop te verkopen. En ja hoor, de nationale dagkalender van Amerika pakte het op. Zo makkelijk kan het dus zijn, een feestdag verzinnen.
Ondertussen in Nederland…
Wij hebben geen speciale dag nodig. Drop is er gewoon. Altijd. Zonder toeters en bellen – precies zoals wij het graag hebben. En of je nou houdt van zoet, zout, hard, zacht, vegan of ouderwets met salmiak: er is keuze genoeg.
Het gaat zelfs zo ver dat sommigen vinden dat drop een plek verdient op de lijst van immaterieel erfgoed. En geef ze eens ongelijk. Het hoort bij onze jeugd, onze rituelen, onze nationaliteit. Geen tankstation zonder zak drop. Geen vakantie zonder strijd om wie het laatste muntdropje mag.
Hebben wij een Nationale Dropdag nodig?
Misschien. Gewoon, omdat het leuk is. Maar waarschijnlijk niet, want bij ons is het elke dag dropdag. En als Amerika het nodig vindt om hun zoete elastiekjes een eigen feestdag te geven, dan gunnen we ze dat van harte. Dan zitten wij wel lekker thuis met een zak kokindjes en de zekerheid dat wij het origineel hebben.
Durf jij het aan? Geef een buitenlander een dubbelzoute drop en kijk wat er gebeurt.
Of beter nog: vertel ons hoe het ging. We zijn benieuwd – en onder dropvrienden is niets te gek.😏




Die dubbelzoute drop ging na 2 seconden, hup, de prullenbak in. Met veel misbaar 😄 Mijn gastouders in Amerika konden het (in 1990 was dat) echt niet lekker
vinden.