Dit is waar het schuurt, stroomt en soms stilstaat. Over twijfel en ongeduld. Over wachten, hopen, doorschrijven. Geen handleiding. Geen succesverhaal. Geen afgerond einde. Gedachten te ruw voor een roman en te eerlijk om voor mezelf te houden. Dit zit er ergens tussenin.
Dit stond al jaren op mijn lijstje.
Gewoon doen. Niet over nadenken.
En toen dacht ik na.
Mijn man kreeg het cadeau voor zijn zestigste verjaardag. Skydiven. Van zijn zoon. Ik mocht mee. Ik wílde mee. Tot een paar weken later die vraag kwam.
‘Wanneer willen jullie springen?’
En ineens was het geen lijstje meer.
Ik hoorde mezelf twijfelen. Niet een beetje. Maar echt.
Vroeger ging ik overal in mee. De kermis kon niet hard genoeg. Pretparken waren een feest. Vliegen vond ik heerlijk. Handig ook, als je voor je werk elke maand in een vliegtuig zit.
Angst speelde geen rol.
Maar de afgelopen jaren is er iets verschoven.
Het zit in kleine dingen. Een masker over mijn mond en neus dat ineens te dichtbij komt. Het gevoel dat mijn ademhaling niet meer vanzelf gaat. De huisarts die uitlegt hoe een gastroscopie werkt, maar halverwege stopt omdat ze mijn gezicht zag: ‘Het kan ook met een roesje hoor.’
Ik heb een tijd geleden een PADI-duikbrevet gehaald. Ik wilde het zo graag. De diepte in. Koraalriffen. Stilte onder water. Het klonk als vrijheid. Het voelde als het tegenovergestelde.
Ademhalen door één pijpje. Eén dun, plastic pijpje. En alles in mij zei: dit is niet genoeg. Dit is niet hoe lucht hoort te werken. Ik heb het diploma gehaald. Maar ik heb mezelf er doorheen moeten trekken, elke minuut opnieuw.
Ik was iemand die niet nadacht voor ze sprong. Letterlijk en figuurlijk. En nu sta ik aan de rand van iets wat ik al jaren wil en mijn eerste reflex is: wil ik dit eigenlijk wel?
Het is niet de hoogte. Of het vliegtuig. Het is het lijf dat niet meer meedoet met wie ik wil zijn.
Mijn hoofd zegt: dit wilde je altijd.
Mijn lijf zegt: niet meer.
Vorig jaar ging ik met een vriendin naar de Efteling en ineens waren ze er: scenario’s die ik vroeger niet eens zou bedenken. Ik ben toch gegaan. En het was heerlijk.
Maar dat maakt de angst niet minder echt. Het maakt hem alleen achteraf belachelijk. Dat je weet dat het onzin is en het tóch voelt.
Ik ben niet dezelfde persoon die dat lijstje maakte. Die bucketlist is van iemand die niet nadacht voor ze sprong. Ik denk nu na. Over alles. Mijn ademhaling, de sprong, de rand. En ik weet niet of dat wijsheid is of verlies.
Ik wil springen. Ik wil het nog steeds.
Maar ik sta aan de rand en mijn lijf zegt iets anders dan mijn hoofd.
En ik heb nog niet gekozen wie ik geloof.
Wordt vervolgd, ergens tussen de regels.


