Dit is waar het schuurt, stroomt en soms stilstaat. Over twijfel en ongeduld. Over wachten, hopen, doorschrijven. Geen handleiding. Geen succesverhaal. Geen afgerond einde. Gedachten te ruw voor een roman en te eerlijk om voor mezelf te houden. Dit zit er ergens tussenin.
Hoe gaat het met het schrijven?
Ben je al verder?
Is er al iets af?
Bekende vragen. En ik heb er ook antwoorden op. Korte, functionele antwoorden die passen in dertig seconden bij de koffieautomaat.
Niemand vraagt hoe het is om te twijfelen terwijl je doorgaat.
Hoe het is om te wachten zonder te weten waarop, of om ergens middenin te zitten zonder te weten of het ergens naartoe gaat.
Dat zijn geen vragen die je stelt. Niet omdat mensen het niet willen weten, maar omdat er geen bruikbaar antwoord op is.
Twijfel is geen fase die voorbijgaat.
Het is de ondergrond.
Elke dag opnieuw: klopt dit? Is dit goed genoeg? Schrijf ik het verhaal dat ik bedoel, of een versie die ik mezelf aanpraat?
Ik weet het niet. Ik weet het nooit zeker. Maar ik ga toch door.
Twijfel is geen probleem dat ik oplos. Het is een toestand waarin ik werk.
Wachten heeft geen deadline.
Geen beloning aan het eind van de week.
Geen bevestiging dat het ergens toe leidt.
Ik wacht tot een scène rijpt. Tot een personage begint te praten. Tot iets dat vastzit, loskomt. Dat kan een dag duren. Of drie weken.
Ondertussen lijkt er niets te gebeuren.
Maar wachten is geen stilstand. Het is een fase van voorbereiding, zonder bewijs. Tijd die nodig is, maar niet te verantwoorden valt.
Soms is niet schrijven het werk. Maar dat is moeilijk uit te leggen. Het past niet in een gesprek.
Ik weet niet waar het heen gaat. Of het af komt, of dat iemand het ooit zal lezen.
Dit is geen onzekerheid die ik kan wegnemen met een plan. Het is de realiteit van dit werk. Je bouwt iets zonder garantie. Je investeert tijd, energie en aandacht. En het kan zijn dat het nergens toe leidt.
Maar ik doe het toch.
Vertrouwen is geen gevoel. Het is een keuze die ik elke dag opnieuw maak.
Niet omdat ik zeker weet dat het goed komt. Maar omdat ik niet anders kan dan doorgaan.
Aan het eind van de dag ben ik moe.
Niet van het typen of van deadlines.
Maar moe van twijfelen. Het wachten. Van het niet-weten.
Mijn hoofd is leeg en vol tegelijk. En er is geen resultaat om te laten zien. Geen voortgang die telt. Alleen het gevoel dat ik ergens ben geweest waar niemand me heeft gezien.
Niemand vraagt hoe het is om te twijfelen. Om te wachten.
Niet omdat het niet belangrijk is. Maar omdat er geen antwoord op past in een gesprek.
Omdat het niet meetbaar is. Niet functioneel.
Het blijft ongezegd. Onzichtbaar.
Wordt vervolgd, ergens tussen de regels.


